Schoolmeesters en dorpsrechters

Schoolmeesters, dorpsrechters en dominees

Bauke Kamstra

In het boek "Geakunde Wunseradiel" worden onder Skuzum enkele schoolmeesters genoemd, wiens namen me zeer bekend waren. Namelijk Djurre Poppes (1702-1720), Poppe Djurres (1720-1729) en Sieds Djurres (1729-1740) en weer Poppe Djurres (1742-1750). Misschien kunnen we hier aan toevoegen: Poppe Piers, de zoon van eerstgenoemde Djurre. Poppe Piers wordt meerdere keren genoemd als dorpsrechter te Piaam en aangezien de functie van dorpsrechter en schoolmeester een gecombineerde was, mogen we aannemen dat ook Poppe Piers heel wat voetstappen in Skuzum heeft achtergelaten.

Ook moet nog genoemd worden Pier Piers (1612-1621). Op 1 mei 1639 is Pier schoolmeester en ontvanger te Skuzum. In 1650 is hij ook dorpsrechter. In 1658 nog steeds schoolmeester. Hij was getrouwd met Jeltie Holckema, die een afstammelinge is van Gysbert Japix. Dr S.Cuperus vertelt in zijn boek over het Kerkelijk leven in Friesland, dat ds A.Walsmeer (1631-1645 te Skuzum) "met zijn schooldienaar op een Lichtmisnacht door eenige Roomschgezinden wordt aangevallen en mishandeld." (Dit kan Pier Piers geweest zijn).

A.Algra, de schrijver van dit artikel, verzuimt de bronvermelding te noemen als hij het heeft over de schoolmeesters. De bron is namelijk het boek van S.Roorda over "It Sint Anna Lien to Hidaard". Een zekere Trijn Fedderix Mensema te Hidaard verklaart in 1479 dat de pachtopbrengst van een groot aantal landerijen rondom Makkum gebruikt moet worden om kinderen uit bepaalde families een studiebeurs te verlenen. Er mag (en kan) slechts één tegelijk toegelaten worden tot een universitaire studie.

In 1580 gaat het leen over naar de provincie. Deze moet de geslachtsregisters van de erfgenamen bijhouden. Maar ook bijzondere dingen, want ze moeten van goeden wandel zijn. Nu doet het leuke feit zich voor dat in geslachtsregisters van de schrijver de namen van deze schoolmeesters ook voorkomen. Sieds Djurres’ (1729-1740) achterkleinzoon is Jorke Jans Altena en diens dochter Aukje trouwde met Bauke Foekes Kamstra uit Makkum. De vroegere kapper Douwe Altena uit Makkum, de aardappelkoopman Jentje Oostenveld en ook een zekere boer IJsbrand Douwes Feenstra uit De Mar hebben dezelfde stamboom. Bijzonder leuk was dan ook voor mij dat de naam van Djurre Poppes op de Skûster klok staat vermeld.

[twee foto’s van kerkklokken]

De klok in de toren van Idsegahuizum. Op de rechter foto is duidelijk de naam te zien van kerkvoogd Djurre Poppes.

Wat Algra ook niet heeft vermeld, is dat deze schoolmeesters tevens dorpsrechter en ontvanger waren. Maar dat is nog niet alles. Want ze waren ook voorzanger en koster. Ze moesten op het uurwerk passen en de klok luiden, 's Zomers om drie, acht, twaalf, twee en dan weer acht uur. 's Winters om acht, twaalf, twee en zes uur. De mensen hadden geen horloges, maar moesten wel weten wanneer het etenstijd was. Dan had de man nog zijn school en dat zal in Skuzum vaak een winterschool geweest zijn. Djurre Poppes bijvoorbeeld was boer en schoolmeester en moest dus 's zomers op het land werken. Ook zullen toen de kinderen wel mee hebben moeten werken op de boerenbedrijven.

Na de dood van Poppe Djurres, omstreeks 1750, wordt er geen nieuwe schoolmeester benoemd. De kinderen zullen waarschijnlijk in Makkum naar school gegaan zijn. Het schoolmeesterloze tijdperk duurt tot 1865. Er is dan veel geharrewar geweest over waar die school moest staan: in Skuzum of in Piaam. Hoewel Piaam de beste kansen scheen te hebben wordt het toch Skuzum. In 1865 staat de school er.

foto

Achter deze huizen (bij de kerk rechtsaf was de school. Wij als Mulo-jongens mochten graag over dit paadje racen.

Meester Bauke Windsma wordt er onderwijzer en haalt er zijn pensioen. In 1916 verandert de school van Openbare in Christelijke school. Mij is dan alleen bekend de kleine, pittige meester Van der Velde, bij wie ik vaak groente en fruit heb gebracht, onder andere elk jaar winterappels. En dan nog meester Schilstra, waarvan ik weet dat hij een actief lid was van de Makkumer damclub. Algra schrijft in 1969 dat de school er nog staat, maar dat duurde niet lang meer. De school is gesloten en de kinderen gaan weer naar Makkum en zo zal het ook wel blijven.

De dorpsrechter

De functie van dorpsrechter werd in het leven geroepen door de Saksers, die omstreeks 1500 de baas waren in Friesland. Ze stelden een nieuw bestuurlijk apparaat in werking, dat tot de Franse tijd stand hield. Elk dorp, of een combinatie van kleine dorpen zoals Skuzum en Piaam, kreeg een dorpsrechter die verantwoording verschuldigd was aan de Grietman (toentertijd in Bolsward). De stemgerechtigden (meestal grondbezitters) stelden een drietal op, waaruit er één benoemd werd. Meestal was dat de schoolmeester.

De dorpsrechter moest toezien op de dijkwacht en de boodschappen van de rechterlijke macht doorgeven en laten uitvoeren. Verder moest hij rechtskwesties onderzoeken, zoals diefstal en geweldpleging en stemmingen leiden. In sommige kleine zaken mocht hij uitspraak doen. Tevens was hij de ontvanger van de belastingen en accijnzen. Zodoende moest hij meerdere keren op en neer naar Bolsward. Dit zal wel over het water gegaan zijn. Tenslotte moet nog vermeld worden datalle genoemde schoolmeesters uit de zeventiende en achttiende eeuw op "het leen" gestudeerd hadden. Ze wisten dus wel wat.

Verder staan er veel leuke dingen in het boek over het Sint Anna Leen. Ook over de kinderen van Poppe Djurres en Sieds Djurres, allen geboren te Skuzum en via de geslachtsregisters uitgedwaald naar Makkum, andere streken van Friesland en Weesp.

foto Treffer

Poppe Piers (1641-1713), de vader van Djurre Poppes, was jarenlang dorpsrechter in Piaam en had nogal wat landerijen bij Skuzum.

De dominees

Eigenlijk moeten we beginnen met de pastoors, waarvan de kronieken beschrijven dat ze veel landerijen bezaten rondom Skuzum. Pastoor Goslick Heerema verhuurde zesentwintig en gebruikte zelf zesendertig pondemaat (twaalf hectare) land. Ook kreeg de pastoor in Skuzum elke vrijdag brood en boter van de boeren, de zogenaamde Freedsbólle. In 1580 is Friesland van de Spanjaarden bevrijd en worden de pastoors afgezet. Hun bezit ging over naar de Reformatie. In 1580 wordt pastoor Meinardes Andreas uit Piaam afgezet.

Tussendoor moet vermeld worden dat Leenaert Bouwens, een volgeling van Menno Simons, in Skuzum tien mensen gedoopt heeft. De nakomelingen hiervan zullen wel gekerkt hebben in de (geheime) Vermaning van Makkum. Naast de eerdergenoemde ds Cuperus (1631-1645) komt Feye Fokkens, die het er vijftig jaar uithield, namelijk van 1645-1695. Verder lezen we over ds Menso Regneri, die door zijn pronkerige vrouw in de schulden geraakt was en, daardoor genoodzaakt, stukken pastorieland had verpand. In 1726 moest hij zich voor de classis verantwoorden.

Nog een dominee die het lang uithield in Skuzum was ds Harke Posthumus. Hij was hier van 1771-1812. Dan komt de roerige tijd van de Afscheiding en de Doleantie. In het hoofdstuk over Oepke Noordmans zullen we er meer van horen, maar het blijkt datalléén tactische en wijze herders de zielen bij elkaar konden houden.

Uit de geschiedenis van de Doleantie in Makkum duikt de naam op van de consulent ds Jellema van Skuzum, die in zijn uitlatingen en handelingen furieus tekeer gaat. Tijd voor overleg is er niet. De namen duiken op van Yntema, Reinsma en Draaisma uit Piaam die om raad gaan naar professor Rutgers in Amsterdam. Ze zijn erg onder de indruk. Gezien ds Jellema's houding in Makkum verwondert het mij niet dat het in Skuzum tot een breuk komt. Maar als ik dan iets later lees over de vrome, rechtzinnige dominee Noordmans, dan kun je alleen zeggen: "Jammer, voor altijd jammer, dat zoiets moest gebeuren in zo'n kleine dorpsgemeenschap."

Vlak na de oorlog heb ik op een novemberavond nabij Skuzum staan praten met een Skûster dominee. Ter hoogte van de Louwsma's was ik blijven staan en keek naar de grote uitschietende lichtbundels over het firmament. De vreemdeling kwam naast me en vertelde over het  Noorderlicht, over de hemel en over de stilte. Hij was erg onder de indruk. Hij vroeg me wie ik was en hij vertelde wie hij was. Onvergetelijk ....

Tenslotte nog dominee Zwaan, waarvan ik weet dat hij in de Skûster pastorie woonde. Maar toen was de Hervormde gemeente van Skuzum/Piaam al gecombineerd met die van Makkum.  School en kerk dus al in Makkum. Was het toch waar wat er in het enige gedicht stond dat ik over Skuzum vond?

It is mei Skuzum krekt as mei Huzum.

It moaiste part wurdt linkenoan

fan buorman trochslokt.

En as it wat lokt wurdt Skuzum Makkum

hjoed of moarn.

Het kerkje van Skuzum dateert uit 1870. Natuurlijk heeft het een of meer voorgangers gehad, maar dit was helaas niet te achterhalen. De kerk is het aanzien van het dorp. Wat er ook mag gebeuren ..... De kerk moet altijd blijven!