De Boerderij

In Nije Dei is een boerderij op de terp van Idsegahuizum en stamt waarschijnlijk uit de achttiende eeuw. In een boek van de Friese melkveehouderij wordt het gebouw al anno 1830 genoemd en uit de tekst blijkt dat hij er op dat moment al een tijdje stond. Dat wordt bevestigd door tekeningen uit 1805, waarop een gebouw op de plaats van de huidige boerderij te zien is. De terp wordt al beschreven in de dertiende eeuw, voor de historie van de boerderij moeten we nog de kelders van het Fryske Ryksargyf induiken.

Het dorp, een onderdeel van de gemeente Súdwest Fryslân, ligt pakweg 800 meter ten zuiden van Makkum aan de dijk langs het IJsselmeer. Aan de andere kant van de dijk is niet het water van de voormalige Zuiderzee te zien, maar een vogelreservaat, Kooiwaard. Dat strekt zich ongeveer vier kilometer lang uit, tot aan het dorp Gaast. Tussen Idsegahuizum en de dijk bevindt zich één van de grootste winterfouragegebieden van de brandgans in West-Europa.

In Nije Dei is Fries voor Een Nieuwe Dag en is zo genoemd, omdat het voor de huidige eigenaar in alle opzichten het begin van een nieuwe fase in zijn leven betekende. Het hoofdgebouw meet 30 bij 21 meter en is 14,5 meter hoog. Het voorhuis is aan het hoofdgebouw vastgeplakt. Hoewel het van buitenaf door de dakconstructie een kop-hals[je]-rompboederij lijkt, is het dat dus niet.
Binnen zijn aan drie kanten vier comfortabele logementen gebouwd. Drie daarvan waren vroeger de stal, waar de koeien tussen de handelsschutten stonden en de gruppe ervoor zorgde dat de resultaten van etensverwerking op een soepele manier naar de gierput werden afgevoerd. Om geen calamiteiten te veroorzaken zijn 15.000 pannen van het dak gehaald. Het dak onder het vierkant [de hoofdconstructie van 40 cm dikke palen] is vervolgens rechtgetrokken met spanten en gordingen. Daarna is het voorzien van dampwerende folie en zijn de pannen er weer opgelegd. Pannen, dampwerende folie, het dikke rietdek, een tempexlaag en gips zorgen ervoor dat het dak meer dan voldoende is geïsoleerd.
Alle logementen komen uit op de deel, waar genoeg ruimte is om [kostbare] fietsen te stallen of gezamenlijke activiteiten te ontwikkelen. Dan moet het wel redelijk weer zijn, want als het buiten vriest, vriest  het binnen ook. Kinderen kunnen in ieder geval hun gang gaan, onder meer op de schommels. Elk logement heeft voorts een eigen uitgang naar buiten via openslaande deuren: Hûs, Mûne en Ko naar een terras, Boppe naar een zonnig balkon.